Sinds februari 2025 moet je je mensen trainen in AI

Artikel 4 van de EU AI Act vraagt AI-geletterdheid van iedereen die met AI werkt. Ook als je nog niks officieel hebt uitgerold. Dit is wat je als werkgever concreet moet regelen.

Sinds februari 2025 geldt artikel 4 van de EU AI Act. Kort gezegd: als jouw mensen met AI werken, moet je ervoor zorgen dat ze genoeg ervan snappen.

Dat geldt ook als je nog geen officieel AI-project hebt. Want je mensen gebruiken het toch al. ChatGPT voor een mail. Copilot in Word. Een samenvatting van een gesprek. Dat is al "werken met AI".

De wet vraagt geen diploma van een universiteit. Ze vraagt AI-geletterdheid: weten hoe het werkt, waar het misgaat, en wat je wel en niet met bedrijfsdata mag doen.

De meeste bedrijven hebben dat nog niet zwart op wit. Ze hebben wel een tool. Ze hebben geen dossier.

Wat artikel 4 wél en niet van je vraagt

Artikel 4 zegt dat aanbieders en gebruikers van AI-systemen maatregelen nemen zodat hun mensen een toereikend niveau van AI-geletterdheid hebben. Rekening houdend met hun rol, hun kennis, en de context waarin het systeem wordt gebruikt.

Vertaling naar een gewoon bedrijf:

Het is geen verbod op ChatGPT. Het is een plicht om je mensen er verantwoord mee te laten werken.

Wat de wet niet van je vraagt: een week theorie, een examen in Brussels jargon, of een beleidsdocument dat niemand leest.

Waarom "we hebben nog geen AI-beleid" geen excuus is

Drie argumenten die we vaak horen. Geen van drie houdt.

"Wij rollen AI nog niet uit."

Uitrollen is een managementwoord. Gebruik is wat er gebeurt. Als vijf mensen een privé-account hebben, werk je al met AI. De plicht hangt niet af van je roadmap.

"Onze mensen zijn slim genoeg."

Slim is geen geletterdheid. Geletterdheid is: weten dat een model kan hallucineren, dat een klantnaam niet in een open tool hoort, en dat je output checkt voordat hij naar buiten gaat. Dat leer je niet vanzelf.

"We wachten op een standaard van de branche."

De datum staat. Februari 2025. Wachten is een keuze, geen strategie.

Wat je wél in je dossier wilt hebben

Als iemand vraagt "hoe voldoe je aan artikel 4?", wil je vier dingen kunnen laten zien.

Niet alleen een aanwezigheidslijst. Wat is behandeld? Hoe lang? Voor welke rollen?

Naam, datum, onderwerp. Zodat nieuwe mensen dezelfde basis kunnen krijgen, en zodat je kunt aantonen wie wanneer is meegenomen.

Welke systemen mag je gebruiken. Welke data mag erin. Wat nooit. In gewone taal. Eén pagina is beter dan twintig.

Iemand die in september start, mist de sessie van maart. Zonder vaste basis train je alleen de mensen die toevallig die dag aanwezig waren.

Dat is het minimum om te kunnen zeggen: wij hebben dit geregeld. En het is meteen het minimum om te voorkomen dat AI een stille risicobron wordt.

Training die alleen de wet afvinkt, zakt weg

Je kunt artikel 4 ook fout doen. Een webinar van een uur. Iedereen krijgt een pdf. Klaar.

Dan heb je een vinkje. Je hebt geen werkwijze. Over drie weken gebruikt iedereen weer zijn eigen truc, en staat de klantdata weer in een chat waarvan niemand de historie bewaart.

Daarom koppelen wij de plicht aan het echte werk. In één dagdeel, op locatie, max twaalf mensen:

Je krijgt per deelnemer een certificaat, een deelnemerslijst en het programma voor je dossier, plus dertig dagen toegang tot de leeromgeving. Nieuwe mensen kunnen dezelfde basis later inhalen.

Dat is de enige manier waarop "voldoen aan de wet" ook iets oplevert op maandag.

Wat je deze week kunt vastleggen

Nog geen training geboekt? Zet in ieder geval dit op papier.

Als je dat niet kunt aanwijzen, voldoe je niet. Ook al heeft iedereen ChatGPT openstaan.

Volgende stap

Wil je artikel 4 afvinken en er tegelijk iets aan overhouden? Plan een kennismaking van 15 minuten. Of mail info@bennai.nl.

We kijken of een training bij jullie team past. Past het niet, dan zeggen we dat eerlijk.

Terug naar het blog